Verslag van het bestuur

Onze missie

Cultuur+Ondernemen is hét kenniscentrum voor ondernemerschap in de cultuursector. We ondersteunen culturele organisaties, zelfstandig werkende kunstenaars en creatieven die meer rendement willen halen uit hun activiteiten. Daartoe werken we onder meer samen met overheden en fondsen, om het effect van hun cultuurbeleid en -investeringen te vergroten. Met onze programma’s en activiteiten versterken we de cultuursector en maken haar onafhankelijker, zodat de sector kan floreren en de samenleving optimaal kan profiteren van de werking van cultuur.

Opdracht onafhankelijke commissie Het Nieuwe Instituut

In 2015 heeft de raad van toezicht van Het Nieuwe Instituut aan Cultuur+Ondernemen gevraagd de leiding te nemen in een onafhankelijk onderzoek naar de opdrachtverlening door Het Nieuwe Instituut aan EventArchitectuur en de tijdelijke betrokkenheid van een lid van zijn raad van toezicht bij het Tijdelijk Modemuseum. De onderzoekscommissie bestaande uit de leden Wim van den Goorbergh (voorzitter), Edith Hooge en Marjet van Zuijlen heeft haar onderzoek begin december afgerond. De commissie was van oordeel dat beide voorgelegde zaken niet in overeenstemming zijn met de uitgangspunten voor goed bestuur en adequaat toezicht zoals neergelegd in de Governance Code Cultuur.

Governance Code Cultuur

Een jaar na de presentatie van de Governance Code Cultuur heeft Cultuur+Ondernemen een enquête gehouden onder directeuren/zakelijk leiders, directeur-bestuurders, bestuurders en toezichthouders. De uitkomsten van de enquête laten zien dat de introductie van de Code heeft geleid tot een gesprek over zaken die er in goed bestuur toe doen. En dat niet alleen: soms leidde de Code tot het aanpassen van reglementen of het anders aanpakken van zelfevaluatie.

Fonds Cultuur+Financiering

Het Fonds Cultuur+Financiering, opgericht door Cultuur+Ondernemen, is in 2015 van start gegaan in zijn huidige vorm. De aanleiding om naam, governance en statuten van het Fonds ingrijpend te wijzigen was tweeledig: een betere profilering naar de doelgroepen, en een governance en opzet die passend is bij de huidige situatie waarin het Fonds niet alleen draait op kapitaal van Cultuur+Ondernemen, maar ook mede gefinancierd wordt door andere partijen. In 2015 is de statutenwijziging doorgevoerd, de raad van toezicht geformeerd en de directeur-bestuurder benoemd.

Talentlening

In 2015 hebben Cultuur+Ondernemen en het Fonds Cultuur+Financiering een nieuwe leningfaciliteit geïntroduceerd: de Talentlening. Deze is landelijk dekkend tegen 3% beschikbaar tot een bedrag van maximaal € 40.000 per leningnemer, voor leden uit de doelgroep die ‘een volgende stap in hun ontwikkeling’ willen zetten. Er is een bedrag van € 3 miljoen aan revolverend leengeld beschikbaar voor de Talentlening. Deze nieuwe leningfaciliteit is mogelijk gemaakt door een dotatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Sectorplan Cultuur

Het Sectorplan Cultuur is in samenwerking met de sociale partners in de cultuursector ontwikkeld. In 2015 werd met volle kracht gewerkt aan de uitvoering ervan. Het Sectorplan Cultuur betekent een stevige impuls voor de sector gericht op duurzame inzetbaarheid van iedereen die werkzaam is binnen de cultuursector. Hiervoor is door onze projectpartners divers aanbod ontwikkeld, zoals loopbaantrajecten, om- en bijscholing en leerwerkplekken. Cultuur+Ondernemen is naast hoofdaanvrager penvoerder van het sectorplan en voert de projectadministratie.

Broedplaatsen

In opdracht van Bureau Broedplaatsen Amsterdam (BBP) heeft Cultuur+Ondernemen een verkennend onderzoek uitgevoerd bij 15 van de circa 60 broedplaatsen in Amsterdam. Het onderzoek richt zich op drie vragen:

  1. Zijn de door de gemeente Amsterdam beschikbare gestelde middelen besteed conform de afspraken die BBP met de betreffende broedplaats heeft gemaakt?
  2. Presteert de broedplaats jaarlijks conform de afspraken met de overeengekomen verhouding tussen metrages voor CAWA-getoetste kunstenaars en metrages voor vrije verhuur?
  3. Realiseert BBP haar beleidsdoelstellingen en wat zijn daarvan de directe en indirecte effecten?

Het verkennend onderzoek is begin 2016 afgerond en heeft geresulteerd in een structurele samenwerking tussen Cultuur+Ondernemen en Bureau Broedplaatsen Amsterdam, met uitbreiding van het onderzoek naar alle broedplaatsen in Amsterdam.

Stimuleringsregeling Eigentijdse Dans

Freelance dansprofessionals in Amsterdam kunnen vanaf 2015 vier jaar lang een bijdrage krijgen uit het Stimuleringsfonds Eigentijdse Dans. Het college van B en W wil Amsterdam met deze investering op de kaart zetten als aantrekkelijke stad voor (startende) dansprofessionals. Choreografen en dansers kunnen jaarlijks voor de huur van montage- of repetitieruimte een bedrag van maximaal € 3.000 ontvangen. De Stimuleringsregeling Eigentijdse Dans is een samenwerking tussen Cultuur+Ondernemen, het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) en de gemeente Amsterdam.

Nieuwe website

In 2015 is de nieuwe website van Cultuur+Ondernemen gelanceerd, tegelijkertijd met een nieuwe huisstijl. Met de nieuwe website is de toegankelijkheid voor bezoekers sterk verbeterd. Op de homepage heb je direct toegang naar het Fonds Cultuur+Financiering, de Governance Code Cultuur en het Sectorplan Cultuur. Het bezoekersaantal is het laatste kwartaal (ten opzichte van het laatste kwartaal 2014) gestegen met 38% unieke bezoekers en 22% meer paginaweergaven.

Profiel en nevenfuncties directeur-bestuurder

Jo Houben (1954) is sinds 2010 directeur-bestuurder van Cultuur+Ondernemen. Sinds 1999 is hij werkzaam in de cultuursector, onder meer als directeur Voorzieningsfonds Kunstenaars en directeur Kunstenaars & CO. Daarvoor was hij onder meer directeur bij SVM (nu Movisie). Naast zijn werk bij Cultuur+Ondernemen is hij onder andere lid van de Benoemingsadviescommissie voor de Raad voor Cultuur ten behoeve van de minister van OCW, voorzitter raad van toezicht van het Fonds Cultuur+Financiering, voorzitter raad van toezicht van A-lab (voormalig Shell-Lab), voorzitter van Werkgevers Kunst&Cultuur (WKC) en voorzitter van de stichting Cultuurimpuls.

Governance binnen Cultuur+Ondernemen

Cultuur+Ondernemen is niet alleen uitgever van de Governance Code Cultuur, maar hanteert de code uiteraard zelf ook. De nieuw geworven leden van de raad van toezicht die begin 2015 in functie zijn getreden zijn geworven op basis van een geactualiseerd profiel. De samenstelling is divers naar geslacht, leeftijd en achtergrond. Jaarlijks wordt een functioneringsgesprek gevoerd met de directeur-bestuurder. De raad gaat in 2016, als hij in vernieuwde samenstelling een vol jaar bijeen is, een zelfevaluatie doen. Volgens de statuten van de stichting is de zittingstermijn van een lid vier jaar, met de mogelijkheid tot één keer verlenging.

Het rooster van aftreden is in 2015 opnieuw vastgesteld. Om te voorkomen dat de nieuw benoemde leden in de toekomst tegelijk aftreden is een rooster opgesteld rekening houdend met zowel de maximale zittingstermijnen als continuïteit van het toezicht. Het rooster van aftreden en het functieprofiel staan vermeld op de website.

De raad van toezicht heeft een drieledige functie: toezichthouder op het beleid, adviseur en werkgever van de directeur-bestuurder.

Inschrijving Kamer van Koophandel

De Stichting is ingeschreven in het Stichtingenregister van de Kamer van Koophandel in Amsterdam onder nummer S 34165533.

ANBI-status

Cultuur+Ondernemen beschikt over de ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling).

Verslag van de raad van toezicht

De stichting Cultuur+Ondernemen kent een statutair bestuurder en een raad van toezicht. De Governance Code Cultuur is uitgangspunt voor het bestuur en toezicht van de organisatie. In 2015 is de raad vijf keer in reguliere vergadering bij elkaar geweest. Halverwege het jaar heeft een strategische brainstorm plaatsgevonden met de directeur-bestuurder. Gedurende het jaar is er nauw onderling overleg geweest tussen de voorzitter van de raad van toezicht en de directeur-bestuurder.

Twee leden van de raad (Sjoerd Vellenga en Marjolijn Vencken) hebben twee sessies met het personeel georganiseerd over de positionering van Cultuur+Ondernemen. Verder heeft de raad voorafgaand aan de vergadering van december gesproken met een vertegenwoordiging van het personeel.

De voorzitter van de raad heeft een functioneringsgesprek gevoerd met de directeur-bestuurder. De bezoldiging van de directeur-bestuurder wordt door de raad vastgesteld binnen het kader van de Wet normering topinkomens.

De raad van toezicht heeft de jaarrekening en het jaarverslag 2014 vastgesteld in een vergadering waar ook de accountant aanwezig was. Voorafgaand aan deze vergadering heeft een voorbereidend gesprek plaatsgevonden met de accountant, directeur-bestuurder, controller en een lid van de raad van toezicht. Evaluatie van de raad van toezicht is gepland na het eerste volle jaar van de nieuw samengestelde raad voor de zomer van 2016.

Samenstelling raad van toezicht

Het profiel van de raad van toezicht is voor het laatst aangepast in 2014, met het oog op de toen nieuw te werven leden. Begin 2015 zijn de volgende leden toegetreden tot de raad van toezicht: Erwin van Lambaart, Giel Pastoor, Sjoerd Vellenga, Marjolijn Vencken en Jenny de Vries. Voorzitter is Steven de Waal. Wegens een ongeval nam Sjoerd Vellenga sinds de zomer van 2015 de taken als voorzitter waar. Inmiddels heeft de heer De Waal zijn taken als voorzitter weer opgepakt.

Beloningsbeleid 2015

Sinds 2015 kent de raad van toezicht een bezoldigingsregeling: leden ontvangen € 2.000 per jaar en de voorzitter € 3.000 per jaar. Het salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de bestuurder worden vastgesteld door de raad van toezicht, met inachtneming van de vigerende wet- en regelgeving (WNT). De medewerkers vallen onder de Rechtspositieregeling van Cultuur+Ondernemen. We volgen de CAO Rijk op het specifieke punt van salarisverhogingen.

Onderwerpen waar bijzondere aandacht voor is geweest

De statuten van Cultuur+Ondernemen zijn gewijzigd. Directe aanleiding was de naamswijziging van ‘Cultuur-Ondernemen’ naar ‘Cultuur+Ondernemen’. Daarnaast zijn enkele passages, waaronder de activiteiten, licht aangepast.

De directeur-bestuurder van Cultuur+Ondernemen is in 2015 qualitate qua voorzitter van de raad van toezicht van het Fonds Cultuur+Financiering geworden. Het Fonds Cultuur+Financiering (voorheen het Borgstellingsfonds voor de kunsten en creatieve sector) is de stichting die de cultuurleningen verstrekt; Cultuur+Ondernemen ontwikkelt financieringsinstrumenten en verzorgt de back-office van het Fonds Cultuur+Financiering. In 2015 was EY voor het eerst als accountant aan Cultuur+Ondernemen verbonden. De accountant was aanwezig in de maartvergadering van de raad, waar het jaarverslag 2014 werd besproken en goedgekeurd, evenals de managementletter.

Daarnaast stonden vaste punten op de agenda, zoals financiële voortgangsrapportages, begroting, beleidsdiscussies, personeel (inclusief ziekteverzuimcijfers) en grotere nieuwe projecten.

  • Steven de Waal

  • Erwin van Lambaart

  • Giel Pastoor

  • Sjoerd Vellenga

  • Marjolijn Vencken

  • Jenny de Vries

Van links naar rechts: Sjoerd Vellenga, Jenny de Vries, Steven de Waal, Marjolijn Vencken, Giel Pastoor, Erwin Lambaart.
Foto: Maarten van Haaff

Financieel

Hierna volgt een schematische samenvatting van de baten en lasten uit de jaarrekening 2015. Er is een specificatie van de projectkosten op programmaniveau opgenomen.

De jaarrekening is opgesteld conform de daarvoor geldende verslaggevingsrichtlijnen voor zowel de interne als de externe kosten. De lasten van activiteiten worden in het jaar van uitvoering verantwoord.

Er zijn voor € 3.883.867 aan baten gerealiseerd. De gerealiseerde lasten zijn uitgekomen op € 4.231.377. Na verrekening van financiële baten en saldo bestemmingen en onttrekkingen resteert voor 2015 een negatief resultaat van € 195.965.

Het overzicht "Kosten per project" laat zien dat in 2015 voor in totaal € 4.069.596 aan uren en kosten derden zijn gerealiseerd voor de uitvoering van de programmaonderdelen.

Vastgestelde procedures worden jaarlijks door de accountant getoetst. De organisatie voert, waar noodzakelijk, zoveel mogelijk risicobeheersing uit. Procedures worden jaarlijks bekeken om nieuwe en veranderde risico's af te dekken.